Schermafbeelding 2016-03-11 om 10.36.26

Leesclub tuinpark Sloterdijkermeer 2020

 

Wil je meelezen? Meld je aan via info@detuinenvanwesterpark.nl. Ook aspirant tuinders, tuinders van Nut & Genoegen en vrienden, vriendinnen, buren zijn van harte welkom.  Je mag je gerust ook opgeven als je niet elke keer bij de bespreking kunt of wilt zijn: alleen uit belangstelling de aankondigingen ontvangen en zo leesinspiratie opdoen kan ook.

 

In 2012 begonnen we de leesclub op Sloterdijkermeer. We lazen onverwachte, mooie en bijzondere boeken met titels waarin meestal het woord ‘tuin’ voorkwam – want dat is de insteek: we lezen over tuinen en belangstelling, vooruit, zelfs líéfde voor de natuur.

Een greep uit de boeken die we al lazen: Jan Wolkers: Dagboek 1974 (toen hij met zijn volkstuin begon); Simon Vestdijk: De koperen tuin; Ian Mc Ewan: De cementen tuin; Tan Twan Eng: De tuin van de avondnevel; Gail Tsukyama: De tuin van de Samoerai; Giorgi Bassani: De tuin van de Finzi-Contini’s; Rachel Yoice: Het liefdeslied van Queenie Hennessy (waarin ’n zeetuin een rol speelt); Mercè Rodoreda: Tuin aan zee; Dit is mijn hof van Chris de Stoop; De tuinkamer van Lilian Blom; De Kozakkentuin van Jan C. Brokken; Het compostcirculatieplan van Anton Valens en nog veel meer. In 2017 lazen we Smalle paden van Julia Blackburn, Nescio’s Natuurdagboek, Het vogelhuis van Eva Meijer en Een tuin in de winter van Anna Enquist. In 2018 lazen we: Rotgrond bestaat niet van Gerbrand Bakker; Mijn wilde tuin van Meir Shalev; De acht bergen van Paolo Cognetti en Zevenduizend eiken van Sara Baume, Moord op de moestuin, van Nicolien Mizee,

Inmiddels is het negende seizoen alweer van start.

 


Lezen op de tuin, boekenlijst 2020

Boekenlijst Lezen op de tuin 2020

In 2020 maken we voor elke bijeenkomst een keuze uit een van de onderstaande titels.

De wilde stilte, Raynor Winn, uitg. Balans, 2020
Sinds Raynor en haar man Moth hun huis kwijtraakten en alleen met een rugzak en een tentje de bijna duizend kilometer aflegden van het South West Coast Path, en ze maandenlang leefden aan de wilde en winderige kustlijn van Engeland, voelen de kliffen, de lucht en de rotsachtige bodem aan als hun thuis. Moth had een terminale diagnose, maar tegen elke medische verwachting in lijkt hij in de natuur te zijn opgeleefd. Zo ontdekken Raynor en Moth op de ruige strook tussen land en zee dat alles mogelijk is.
Als ze uiteindelijk terugkomen in de bewoonde wereld, blijkt een dak boven je hoofd nog geen thuis. De terugkeer naar een normaal bestaan blijft moeilijk – totdat een ongelooflijk gebaar van iemand die hun verhaal heeft gelezen alles anders maakt. De kans nieuw leven te blazen in een prachtige, oude boerderij diep in de heuvels van Cornwall en het door landbouw verarmde land stukje bij beetje terug te geven aan de natuur, wordt hun redding. Het wordt het nieuwe pad dat zij volgen.
De wilde stilte is een verhaal van hoop en van een levenslange liefde die sterker is dan al het andere. Het is een even helder als fijnzinnig verhaal over de instinctieve verbinding tussen onze ziel en de natuur, en hoe belangrijk die is voor ons allemaal.

Lentetuin, Tomoka Shibasaki, uitg. Zirimiri Press, 2020

In Setagaya, een populaire wijk van Tokio, is het flatgebouw View Palace Saeki III bestemd voor de sloop. De meeste huurders zijn al vertrokken. Taro kwam hier na zijn scheiding terecht en is een van de weinigen die er nog wonen.
Op een dag ziet Taro de jonge vrouw van de bovenverdieping, Nishi, naar het huis ernaast staren. Vanaf dat moment komen ze elkaar vaak tegen. Taro wordt aangetrokken door haar *verhalen over dat hemelsblauwe huis met tuin. Hier woonden ooit een bekende regisseur en een actrice, en Nishi wist dat al sinds haar studiejaren, toen ze het huis in het vrij onbekende fotoboek ‘Lentetuin’ had gevonden.
Ook op Taro werkt het hemelsblauwe huis al snel als een magneet. Een beeld van wat voorgoed verloren gaat, wat blijft, en wat zij beiden van de toekomst verwachten.
Een roman over verlies, vriendschap en architectuur in een buurt van Tokio die langzamerhand gentrificeert.

Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde, Naoko Abe, uitg. Thomas Rap, 2020
Toen botanicus Collingwood Ingram in 1902 Japan bezocht werd hij verliefd op de kersenbloesem, de sakura. Tijdens een bezoek ruim twintig jaar later was hij geschokt door de achteruitgang in soortendiversiteit. Een gekloonde kers domineerde het landschap en was symbool van de expansiedrift van het land. Duizenden kilometers verderop, op het landgoed van Ingram in Kent, floreerde de oorspronkelijke bloesem nog steeds. De botanicus besloot de soort te repatriëren. Met de Transsiberië Express vervoerde hij een stek in een aardappel naar Japan. Ingram groeide uit tot een van ’s werelds meest toonaangevende kersenexperts. Dit prachtige boek vertelt het verhaal van een opmerkelijke man, die getuige was van een beladen eeuw vol conflicten en verandering. De lezer volgt de sakura als symbool aan het keizerlijk hof, via de donkere dagen van de Tweede Wereldoorlog, tot aan de hedendaagse fascinatie voor deze iconische bloesem.

Tuinieren voor de geest, hoe we gelukkiger worden van zaaien, wieden en snoeien, Sue Stuart-Smith, vert. Pon de Ruiter, uitg. De Bezige Bij, 2020
Wie in de aarde wroet, ploegt ook in het hoofd. In Tuinieren voor de geest onderzoekt psychiater Sue Stuart-Smith hoe tuinieren onze innerlijke wereld beïnvloedt. Het proces van creëren en verzorgen, van snoeien en bemesten heeft invloed op ons geestelijk welzijn, het vermogen tot zelfreflectie en op onze creativiteit. Dat blijkt ook uit resultaten van horticulturele therapie, waarbij tuinieren als remedie wordt voorgeschreven om uiteenlopende psychische problemen – van verslaving en depressie tot eenzaamheid en ptss – te behandelen.
Stuart-Smith baseert zich op de neurowetenschap en de psychoanalyse en put rijkelijk uit haar eigen praktijk en uit het echte leven. Ze laat zien hoe tuinieren zich niet slechts beperkt tot het verzorgen van bloemen en planten, maar dat het helend kan werken en inspiratie kan bieden om de geest te verrijken.

De geur van hooi, Tialda Hoogeveen, uitg. Thomas Rap, 2020
De melkbussen stonden langs de weg, de kippen scharrelden over het erf en de koeien werden met de hand gemolken. Dat is allemaal lang geleden.
Aan de hand van één familiegeschiedenis die zich afspeelt op het Friese platteland beschrijft Tialda Hoogeveen hoe het boerenleven vroeger was en wat er is veranderd. Niet alleen het boerenleven speelt een hoofdrol in het boek, het ingrijpend gewijzigde landschap komt ook onvermijdelijk aan bod.
De geur van hooi is een prachtig portret van een boerenleven, en daarmee van een eeuw boerengeschiedenis.

De vreemdeling in de tuin, Ivo van Woerden, uitg. J.M.Meulenhoff, 2019
‘Er loopt een vreemde jongen langs het kanaal,’ leest Annelies in de buurtapp. Even later komt het bericht dat de jongeman in een tuin is gaan liggen. Annelies stapt op hem af. Hij heeft geen papieren of geld, spreekt geen Nederlands, Engels of Frans en kan niet lezen of schrijven. Annelies besluit hem te helpen. Eerst ontrafelt ze het mysterie van wie hij is, waar hij vandaan komt en hoe hij in de tuin is beland. Daarna zet ze met haar gezin alles op alles om hem iets van een toekomst te bieden. Maar wat is eigenlijk het beste voor deze jongen? Wat houdt een beter leven in?
De vreemdeling in de tuin is het waargebeurde verhaal over wat er gebeurt als je ‘ja’ zegt tegen een vreemde, als je hem in je gezin opneemt, je openstelt voor iemand die uit een heel andere wereld afkomstig is. Een verhaal over goede bedoelingen, empathie, compassie en het aangaan van een avontuur in je eigen huis, maar ook over migratie, over de clash tussen regels en medemenselijkheid.

Plot 29, a memoir, Allan Jenkins, uitg. Harpers Collins Publishers, 2018
‘When I am disturbed, even angry, gardening has been a therapy. When I don’t want to talk I turn to Plot 29, or to a wilder piece of land by a northern sea. There, among seeds and trees, my breathing slows; my heart rate too. My anxieties slip away.’ As a young boy in 1960s Plymouth, Allan Jenkins and his brother, Christopher, were rescued from their care home and fostered by an elderly couple. There, the brothers started to grow flowers in their riverside cottage. They found a new life with their new mum and dad. As Allan grew older, his foster parents were never quite able to provide the family he and his brother needed, but the solace he found in tending a small London allotment echoed the childhood moments when he grew nasturtiums from seed. Over the course of a year, Allan digs deeper into his past, seeking to learn more about his absent parents. Examining the truths and untruths that he’d been told, he discovers the secrets to why the two boys were in care. What emerges is a vivid portrait of the violence and neglect that lay at the heart of his family. A beautifully written, haunting memoir, Plot 29 is a mystery story and meditation on nature and nurture. It’s also a celebration of the joy to be found in sharing food and flowers with people you love.

Stilte, ruimte, duisternis, Kester Freriks, uitg. Atheneum, 2018
Waar is het nog stil in ons land? En waar is er nog open ruimte? ’s Nachts is het nooit donker genoeg om veel sterren te kunnen zien. In de steden en ook op het platteland vinden we nauwelijks stilte, missen we vergezichten en straalt er zelfs rond middernacht overal licht.
Het verdwijnen van stilte, ruimte en duisternis heeft grote invloed op het leven van mens en dier. We hebben de stilte van de nacht nodig en we verlangen naar ruimte. In Stilte, ruimte, duisternis onderneemt Kester Freriks een verrassende ontdekkingsreis. Hij zoekt en vindt stilte in de natuur en in de kunst, maakt nachtelijke wandelingen bij het licht van de sterren en doorkruist de leegte van Nederland, op zoek naar ons land zoals het oorspronkelijk was.
Hij gaat naar het inmiddels opgeheven museum van de stilte, betrekt schilder Mark Rothko en ruimtereiziger André Kuipers in zijn bespiegelingen en onderzoekt hoe in de loop der eeuwen de waardering voor de drie natuurwaarden is veranderd. Dit boek is een eerbetoon aan en een speurtocht naar de intense, vaak onbekende schoonheid van de natuur.

Foon, Marente de Moor, uitg. Querido, 2018
Soms klinkt het als trompetgeschal. Soms als een voorwereldlijk beest. Het is iets tektonisch, zeggen Nadja en Lev ter geruststelling tegen elkaar. Iets meteorologisch, wellicht. Maar deze duistere klanken hingen niet altijd in de lucht boven hun huis in de Russische bossen. Ooit dreef het biologenechtpaar er een asiel voor verweesde berenwelpen, maar de vrijwilligers komen niet meer; en terwijl Lev zijn geheugen verliest, strijdt Nadja tegen haar herinneringen. Waar is iedereen gebleven? Wat gebeurde er in het jaar waaraan ze liever niet meer denkt?
Foon laat zien hoe eenzame mensen, ver van de ontwrichte samenleving die ze zijn ontvlucht, zich verhouden tot hun geliefden, tot de geschiedenis en tot de dierenwereld waarvan ze deel uitmaken. Als alle zekerheid wegvalt, is het de verbeelding die hen overeind houdt.

In de tuin van het beest, Leila Slimani, vertaald door Gertrud Maes, uitg. Nieuw Amsterdam, 2018
Adèle is journalist, getrouwd met een lieve man en moeder van een peuter. Maar Adèle is ook wanhopig verslaafd aan seks. Seks om een onbestemd verlangen te sussen, om te ontsnappen aan de banaliteit van het bestaan. Ze spreekt voortdurend af met vreemde mannen op anonieme plekken. Ze leidt een dubbelleven, inclusief geheim telefoonnummer en e-mailaccount. Wanneer haar man dit ontdekt, verhuist het gezin naar het platteland, weg van de verlokkingen van de grote stad. Kan Adèle de verleiding weerstaan, wanneer ze alleen teruggaat naar Parijs voor de begrafenis van haar vader? In nietsverhullend taalgebruik schetst Leïla Slimani de intense begeerte van een vrouwelijk lichaam en laat ze je de destructie van een verslaving keihard voelen.

De levende berg, Nan Shepherd, vertaald door Pauline Slot, uitg. De Arbeiderspers, febr. 2020
De Schotse bergwandelaar, onderwijzeres en dichter Nan Shepherd bracht haar leven door op zoek naar de essentie van natuur in de Cairngorms – een adembenemend mooie, maar onheilspellend ruige bergketen in de oostelijke Schotse Hooglanden. Haar levenslange zoektocht leidde tot het schrijven van deze klassieke bespiegeling over de bergen en onze fantasierijke relatie met die woeste wereld.
Shepherd schreef De levende berg tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar liet het manuscript liggen, totdat het in 1977 werd gepubliceerd en direct werd erkend als een meesterwerk.

Het jaar van de tuinier, Karel Čapek, uitg. Regenboog, 2018
Met een zeldzaam gevoel voor humor beschrijft de Tsjechische schrijver Karel Čapek het wel en wee van de tuinier in de loop van de twaalf maanden van het jaar. Rake observaties en komische situatieschetsen – leest u vooral de passage over het gevecht met de tuinslang! – kenmerken dit schitterende boekje dat in 1929 voor het eerst in Praag verscheen, maar sindsdien nog niets aan kracht heeft ingeboet. Met prachtige illustraties van Josef Čapek.
‘Na het lezen van Čapek kijk je met andere ogen naar een tuin en zijn bezitter’, nrchandelsblad           

De tuin in Biak, verhalenbundel, Ad ten Bosch, uitg. De Arbeiderspers, 2015
Twee mannen die elkaar na vijfentwintig jaar weerzien ontdekken dat hun vriendschap onaangetast is. Een jonge vrouw uit de stad knoopt banden aan met een vereenzaamde antiquaar in de provincie. Een Nederlandse vrachtwagenchauffeur, onderweg in streng winters Alaska, krijgt heimwee naar zijn geboortegrond. Een commando ten tijde van de Jom Kipoer-oorlog keert na veertig jaar terug naar het slagveld en sleept ongevraagd een vriend mee in die confrontatie. In de verhalen van Ad ten Bosch, dichtbevolkt door mannen op drift, wordt steeds gezocht naar houvast in liefde, vriendschap of werk.

De ijsdragers, Anna Enquist, uitg. De Arbeiderspers, boekenweekgeschenk 2016
Nico en Loes van der Doelen wonen in een ouderwets en ruim huis, schitterend gelegen aan de duinrand, omringd door een flinke lap grond. Maar of dit veel bijdraagt aan hun levensgeluk? Hun dochter Maj is vorig jaar van huis weggelopen en heeft niets meer van zich laten horen. Loes, lerares klassieke talen, is gevlucht in haar passie voor tuinieren. Nico heeft zich met nog grotere verbetenheid dan voorheen toegelegd op zijn werk in de staf van een psychiatrisch ziekenhuis. Nu hij daar directeur gaat worden, heeft hij zich voorgenomen met straffe hand een reorganisatie door te voeren die moet leiden tot een zuivere concentratie op de kerntaken van de instelling.
Met een welhaast meedogenloze concisie schetst Anna Enquist de gebeurtenissen in een tot op het bot verkild huwelijk, waarin de partners hun trauma’s als pakijs met zich mee torsen.

533. Een dagenboek, Cees Nooteboom, uitg. De Bezige Bij, 2016
Een man en zijn eiland. Wanneer de kosmopoliet Cees Nooteboom op zijn geliefde Menorca is, staat hij met beide benen in de vruchtbare aarde, omgeven door zee, palmen en cactussen. Maar zijn blik strekt zich ook ver voorbij de horizon uit, oplettend en nieuwsgierig als hij is. Met scepsis kijkt Nooteboom naar een Europa dat uiteen dreigt te vallen, hij overdenkt de dood van David Bowie, hij ziet de sterren en voelt de vergetelheid.
533 dagen uit het leven van een groot schrijver, met zijn dagelijkse zorg voor zijn huis en zijn planten; en zijn gedachten over de wereld en zijn plek in het universum.

‘[…] En allemachtig, wat is Nooteboom op dreef. De eerste pagina’s zijn meteen van zo’n kracht dat je vermoedt dat de schrijver de voorafgaande pagina’s die nodig waren om naar dit niveau te klimmen, heeft weggegooid. Hij overrompelt met beelden, die barsten van de energie.’ Uit de Volkskrant

Er stond een vrouw in de tuin, Annemieke Backer; uitg. De Hef, 2017
Een bundel verhalende essays die samen een wandeling door de Nederlandse tuinhistorie vormen, waarbij de vrouw als gids is gekozen. Het boek laat zich lezen als een levendige geschiedschrijving van de Nederlandse vrouw vanuit het perspectief van de tuin. De auteur vraagt zich af waarom ons altijd is verteld dat door toedoen van één vrouw het paradijs is verloren gegaan en waarom er zo weinig aandacht is voor de paradijzen die sindsdien door Nederlandse vrouwen zijn gecreëerd. Het gaat niet alleen over vrouwelijke tuin- en landschapsarchitecten, maar evengoed over naamloze boerinnen die hun kennis van bloemen en planten doorgaven aan hun dochters, over prinsessen en rijke grootgrondbezitsters die het landschap naar hun hand zetten, pioniersters met tulpenbollen, burgerdames en zelfs hoeren die in de groene beschutting van parken hun diensten aanbieden. Beginnend bij de eerste landbouwculturen rond 5000 jaar voor de jaartelling, eindigt het bij internationaal bekende Nederlandse groenontwerpsters en de actualiteit van het nieuwe ‘stadstuinieren’ in de metropool.
Voor haar onderzoek bestudeerde Anne Mieke Backer talloze brieven en dagboeken, waardoor samen met afgenomen interviews, er een beeld kon worden gevormd van wat de rol van vrouwen was en vooral van wat hun drijfveren waren. Zo werd het schrijven van dit boek een zoektocht naar het antwoord op de vraag wat de beschreven vrouwen op hun specifieke stukje aarde hebben gezocht en wat zij er tot op de dag van vandaag hebben gevonden. Het steeds veranderende begrip ‘natuur’ en parallel daaraan de opvatting over de ‘vrouwelijke natuur’ fungeerde daarbij als een rode draad.

Kersvers archief 2004-2009, bundeling van stukjes op de webstek van Simon Vinkenoog, waarin hij ook veel schrijft over (het leven op) zijn (dubbele) volkstuin.

Amstelglorie: de volkstuin van Jan Wolkers, Onno Blom; uitg. De Bezige Bij, 2018
“Hoera!’ lazen we in het dagboek van Jan Wolkers op 8 december 1972, toen hij van het bestuur van Amstelglorie had gehoord dat tuintje 294 aan hem was toegewezen. “Spitten, schoffelen en groente kweken.’ Voor Wolkers was de volkstuin in de jaren zeventig zijn Hof van Eden, een weelderig groen paradijs met een houten huisje in het midden, waar hij genoot met volle teugen. (Het eerste boek dat we in 2012 lazen voor onze nieuwe leesclub!)
Onno Blom, zijn biograaf, heeft uit de overvloed van Wolkers’ dagboeken, brieven en notities het mooiste materiaal over de volkstuin geoogst.

Tot in de hemel, Richard Powers; uitg. Atlas-Contact, 2018
Het verhaal van negen mensen die de wereld van de bomen leren zien – en horen. Een laadmeester bij de Amerikaanse luchtmacht die tijdens de Vietnamoorlog gered wordt door een bodhiboom, een verguisde wetenschapster die bomen met elkaar hoort communiceren, een kunstenaar met een bijzondere verzameling foto’s van een bedreigde kastanjesoort: deze drie, en nog zes anderen, allen onbekenden van elkaar, zullen op verschillende manieren betrokken raken bij een laatste, heftige verzetsdaad om de resterende paar hectare oerwoud van het Noord-Amerikaanse continent van de ondergang te redden. Een verrassende fusie van natuurwetenschap en literatuur, een monumentale roman over bomen en mensen.

De verboden tuin, Wessel te Gussinklo; uit. Meulenhoff Quarto, 1986 / 1996 / 20
In De verboden tuin wordt het leven van een kind beschreven met een blik op de wereld zoals alleen kinderen die hebben. En de wijze waarop je – zowel kind als volwassene – probeert je de wereld toe te eigenen. Het heimwee naar de ongeschondenheid, naar het samenvallen van de eigen werkelijkheid met dé werkelijkheid: een droom die in iedereen leeft, maar die bij het kind nog ongerept is. Wessel te Gussinklo brengt deze thematiek met een poëtische trefzekere stijl tot leven. Hij slaagt erin een onbekend en verdrongen terrein in al zijn verwarrende andersheid te ontginnen en maakt zijn hoofdpersoon tot een onvergetelijk karakter.

De merel in de tuin, Georges Simenon; uitg. Zwarte Beertjes, 1987
Jonas Milk, geboren in Rusland voor de revolutie, vlucht met zijn ouders naar Frankrijk. Daar bouwt hij een bestaan op als handelaar in tweedehands boeken. De dorpelingen beschouwen hem als een der hunnen tot Milks vrouw Gina de benen neemt. Milk wordt verdacht van moord. De verhoren door de politie en het onbegrip van zijn buren zijn onverdraaglijk. Hij is zich van geen kwaad bewust, maar via de verhoren begrijpt hij dat zijn vrouw minder gunstige gedachten over hem had. Dit kwetst hem zo dat hij geen perspectief meer in het leven ziet. Alleen de merel in de tuin is getuige van zijn einde. Knap en boeiend geschreven psychologische roman. Goede karakterbeschrijving.

De wateraap, Mariken Heitman; uitg. Atlas Contact, 2019
De auteur onderzoekt het zachte verzet van een eenling tegen het keurslijf. Hoe word je mens, als dat betekent: vrouw of man? Biologiestudente Elke heeft geen idee. Halfslachtig rommelt ze door de zomer en helpt ze haar oudtante in de tuin: ze zaait bieten, stekt kool en wiedt onkruid. Het ontbreekt haar echter aan iets, een bondgenoot, iemand om zich aan te spiegelen en die haar bewijst dat het kan: sluimeren tussen man en vrouw, werkelijkheid en verbeelding, tussen toen en nu. Haar fascinatie voor de wateraap, een onbewezen link tussen aap en mens, stuurt haar naar Wenen. Een zoektocht naar verwantschap en oorsprong volgt. De wateraap gaat aan land, wordt mens. Nu Elke nog.

Zomer, Karl Ove Knausgård; uitg. De Geus, 2017
Karl Oves dochter Anne is inmiddels twee jaar. Hij vertelt haar over tuinsproeiers, regenwormen, tranen en het wilgenroosje. De zomer is heet en broeierig, maar soms ook mild als een nazomeravond. Terwijl hij als nooit tevoren geniet van het gezinsleven schrijft Karl Ove over een Noorse vrouw die tijdens de oorlog een Oostenrijkse soldaat ontmoet. Haar leven krijgt daardoor een heel andere wending. (Laatste deel van serie Vier Seizoenen, waarin auteur schrijft over zijn leven vanuit zijn schrijfhuis aan de Zuid-Zweedse kust, omringd door een tuin die alle aandacht opeist.)

De wintertuin, Een Duitse familie in de lange twintigste eeuw, Jan Konst, uitg. Balans, 2018
De twintigste eeuw was lang en verliep in Duitsland uitgesproken turbulent. Oorlogen, revoluties, crises en dictaturen wisselden elkaar af. Mensen vervielen in diepe armoede, raakten moreel gecorrumpeerd, of kwamen zomaar en zinloos om het leven.
De Saksische Hilde Grunewald, dochter van een gymnasiumleraar, zag alles: ze werd op een haar na honderd jaar oud. Geboren in de Keizertijd, gevormd door de Eerste Wereldoorlog, de Weimar-republiek, de nazidictatuur, de Tweede Wereldoorlog, het ddr-tijdperk en de val van de Muur in 1989. Zelfs het eerste decennium van het herenigde Duitsland maakte Hilde nog mee.
Haar lot, en dat van haar ouders, kinderen en kleinkinderen, weerspiegelt de Duitse geschiedenis. Van landarbeiders en dagloners klommen ze op tot fabrieksdirecteur, slotvoogdes en bankmanager. Maar algauw bevonden ze zich als soldaat op de slagvelden, in de vuurzee van het bombardement op Dresden, in een voor de helft geconfisqueerd appartement in het communistische Oost-Duitsland. En uiteindelijk tussen de feestende menigte aan de Brandenburger Tor toen Berlijn opnieuw één stad werd.

Tuin,  Vincent van Meenen; uitg. Nijgh en Van Ditmar, 2017
Tuin is een poëtische novelle waarin een man voortdurend en wanhopig pogingen onderneemt om te ontsnappen uit een tuin waarvan de poort openstaat. In een lichtvoetige toon ontvouwt zich een fabelachtige vertelling met kafkaiaanse trekjes.

Winter-IJsland, Laura Broekhuysen; uitgeverij Querido 2018
Een literair verslag van Broekhuysens eerste jaar met haar IJslandse echtgenoot en hun dochter in een afgelegen huis aan een fjörd. Ze schrijft heel precies en poëtisch over een duisternis die alomvattend is en over een toverachtige natuur die mensen buitensluit en ze tegelijk weerspiegelt.