Berk, sierlijke kunstzinnige bohemien

Bomen met bomen

Aflevering 3

Deze keer zijn we in gesprek met een slanke, blonde, Noordelijke schoonheid. Ze heeft zwierige afhangende takken, waardoor ze altijd een beetje lijkt te dansen. Ze is een elegante verschijning. Ze werd door Marnix Gijsen bezongen; “Een berk is anders dan een andere boom. Zij is zoo edel en haar bast is lijk een huid. Zij lijkt zoo aarzelend, jonkvrouwelijk en vroom en doet steeds denken aan een prille en schuchtere bruid. Men ziet niet in hoe men zoo’n boom kan vellen, hoe ooit de bijl wreedaardig in zijn stronk zal bijten.” De Engelse dichter Coleridge noemde haar “de vrouwe van het woud”. De “witte vrouwe met de groene sluier” werd ze ook genoemd. Maar vergis je niet, het is een taaie, een ijsprinses, je kunt haar tot in IJsland, Groenland en Siberië tegenkomen. Onze meest koubestendige boom. Ze wordt wel vroeg kaal en haar huid kan door de hars een beetje wratterig verweerd zijn, maar het is in alle seizoenen een schoonheid.

Zilver
“Betula is mijn officiële naam. Dat betekent volgens sommigen slaan. Over dat slaan straks meer. Anderen denken dat het glanzend betekent. Je hoeft maar naar me te kijken en je snapt het. Bij jullie heet ik dan ook Zilverberk, maar zeg maar Berk. Hoe ik er verder uit zie ? Mijn bast is wit, met roodbruine knoesten en glanst in het maanlicht als zilver. Mijn bladeren zijn ruitvormig, lichtgroen, bewegen mee met de wind en ruisen zachtjes. In de herfst kleur ik ze goudgeel. In de lente heb ik mannelijke en vrouwelijke katjes. De mannetjes hangen, de vrouwtjes staan rechtop. Mijn kleine gevleugelde nootjes verspreid ik overvloedig. Ik laat ze dansen in de wind. Sommige mensen vinden mijn goudgele zaad, dat door de wind overal verspreid wordt, irritant, die zijn allergisch voor me.

Overlever
Ik ben een echte bohemien, ik houd van dansen en van kunst. Mensen onderschatten me, ze denken dat ik zo teer en vrouwelijk ben, maar ik ben een overlever, ik ben een taaie. Ik kan eigenlijk overal gedijen. Van zonnige tot beschaduwde plaatsen, op zeer droge maar ook op vochtige grond, voedselarme tot voedselrijk, van zwak zure tot zure, maar soms zelfs kalkhoudende grond (zand, leem, mergel, veen en stenige plaatsen). Op de toendra maak ik me klein en kruip als struik over de grond, op andere plaatsen richt ik me in mijn volle lengte, zo’n 30 meter, op. Bij jullie op het complex, heb ik het goed. Ik word er groot en machtig en zaai me voortdurend uit.

Berk, vrouwe van het woud

Ik kan me ook in elk gezelschap goed op mijn plek voelen. Ik handhaaf me in loofbossen en naaldbossen, aan bosranden, in houtwallen, op vlakten waar alles gekapt is ben ik weer als eerste overeind. Op de heide, aan waterkant, langs vennen, maar ook op droge duinhellingen , langs spoorwegen, ik ben ook voor de duvel niet bang. Ik ben een pionier, laat mij maar schuiven. Ik klim als eerste op mijnsteenbergen. Ik neem bezit van braakliggende grond en nestel me in holtes van vervallen muren, breek ze desnoods af. Als ik me eenmaal heb gevestigd laat ik me niet makkelijk verplaatsen. Ik wil bij een verhuizing een grote kluit mee.

Kunst

Berk geschilderd op berkenschors

Ik ben van de kunst inderdaad, altijd goed met kunstenaars kunnen opschieten. Björk, die popster heet ook naar mij. Veel dichters hebben mij bezongen. Ik bezorgde hen als dank mijn bast die hen tot papier diende. Mijn portret is wel duizenden keren geschilderd, van kunst tot kitsch. Ik sta op ik weet niet hoeveel kerstkaarten in de sneeuw, maar ook op schilderijen van beroemde kunstenaars. Er werd zelfs op mijn bast geschilderd.

 

Schilderij met berkenstam

Ik houd van mensen. En zij houden van mij. Er zijn zelfs streken waar ze mij aankleden met hun kleren, om de mei te vieren. Dat vind ik wel een beetje genant. Zelf ga ik makkelijk uit de kleren. Ik laat zo mijn huid voor de mensen vallen. In mijn huid zit betuline dat maakt mijn schors enorm bestand tegen bederf. Ze maken er daaom kano’s, schoenen en dakspanen van. Ik ga al ver terug in het gezelschap van mensen. In de oertijd hielp ik hen om vuur te maken met een vuurboor. Mijn schors werd toen ook al gebruikt om er berkenpek, een lijmsoort, mee te maken. Ze maakten er ook kleding en tasjes van, die gingen eindeloos mee.

Vuurboor met berkenhout

 

 

 

 

Toverdrank
Wat later ontdekten ze dat ze uit mijn huid hele nuttige stoffen konden halen zoals saponinen, zeepstoffen. Saponine helpt als je als je last hebt van reuma, je blaas of je nieren. Thee van mijn bladeren werkt vochtafdrijvend. Met een aftreksel van mijn knoppen kun je je spijsvertering bevorderen. Verder lever ik mensen looistof, verfmiddellen voor wol, hars, vluchtige olie en glycosiden (een soort suikerachtige stoffen).

Berkenwater

Ik ben gul. Maak een wigvormige insnijding in de zuidwestkant mijn van stam en mijn sap gutst er uit. Daarom moet je mij ook niet na februari gaan snoeien, dan loop ik zo ongeveer leeg. Na een paar weken tappen, wel graag mijn wond afdekken. Mijn sap smaakt zoet en kan je zo puur drinken. Het helpt bij lusteloosheid en voorjaarsmoeheid. De oude Noren dachten dat het een soort toverdrank was, waar je heel sterk van werd. Arme mensen gebruiken mijn sap in plaats van suiker. Je kan er natuurlijk ook wijn van maken, dat ligt meer in mijn lijn. Gewoon een pot met sap in een warme kamer zetten en afdekken met een doekje. Het sap gaat gisten en voila de suiker wordt in alcohol omgezet. Na zes weken heb je heerlijke zoete wijn.

Guido Gezelle had echt een crush op mij. Ik kan niet laten om hem even te citeren:

’s Scheemans roede en ’s boden staf,
’t heidens recht- en vredeteken,
esschen hout en was ‘t, noch eeken:
’t was uw’ berken borst, die ’t gaf…

Schald, die wijsheid wist, hij nam,
eer hem pergamenten blaren,
of papier,
berijmbaar waren,
uwen bast, o berkenstam.

’t Schamel daaglijksch-broodgenot
spaart de berk u, bezembinder.

Haargroeimiddel

Mijn berkenwater werd vroeger ook veel gebruikt als haargroeimiddel. Ik geloof dat het weer in de mode raakt, berkenshampoo. Mensen dachten dat ze door mij eeuwige jeugd konden krijgen, dat komt natuurlijk, omdat er zelf zo goed uit zie.

Ik houd persoonlijk wel een beetje van ruig. Na de sauna tuigen mensen elkaar af met mijn takken. Echte liefde spaart de roede niet, zeg ik altijd maar. Na de winter werden de koeien wanneer ze uit de stal kwamen met berkentakken geslagen voor de vruchtbaarheid. Mensen hebben mij altijd geassocieerd met nieuw leven, met vitaliteit. Misdadigers en gekken werden ook met mijn takken afgeranseld om “de kwade geesten te verdrijven”. Nou ja, ik vind dat zelf een beetje overdreven, maar goed ik geef het maar door, doe er je voordeel mee, zou ik zeggen. De oude Germanen zweerden er bij. Ik had altijd goed contact met hun sjamanen en druïden. Die noemden mij de boom der wijsheid, de boom van de godin Freija. Vandaar dat jullie heilige Bonifatius helemaal niets van mij moest hebben, hij vond mij te heidens. Hij noemde mij zelfs duivels. Nou Boontje is nog wel om zijn loontje gekomen daar in Dokkum. Die speren waren toch echt van mijn hout gemaakt.

Van mijn mooie, door en door witte hout maken mensen nog steeds fineer, parket, meubels, wandelstokken, handgrepen voor gereedschap en modelvliegtuigjes. Ik lever ook nog eerste kwaliteit houtskool, voor kunstenaars en voor de barbecue.

Vrienden
Biologische tuinders weten dat betere en snellere compost krijgt als je mijn familie rondom je composthoop plant. Dat komt doordat ik altijd met mijn vrienden samenwerk. Compost waarin veel van mijn blad verwerkt is, is gunstig voor uitgeputte grond. Er zit veel kali in. Wij berken leven in goede harmonie, in symbiose, met allerlei andere levende organismes, schimmels en vliegenzwammen bijvoorbeeld. Dat is ook een reden waarom ik bij verplaatsing en grote kluit mee wil, ik wil mijn vriendenkring gewoon bij me hebben. Mijn wortels geven hen nuttige stoffen en ik krijg van alles van hen. Ik heb ook een eigen paddenstoel, de berkenzwam, wordt tegenwoordig weer gegeten, schijnt net als kalfsvlees te smaken zeggen de mensen.

Ziek ben ik niet zo vaak nee. Als schimmels bij mij binnen proberen te dringen maak ik “heksenbezems”, een soort takkenbundels als verdediging. Er is ook een speciaal wantsje wat wel eens mijn sap opzuigt, het deert me niet. Zoals gezegd, ik ben een overlever.

Iris